| Kirgizië is een land dat grotendeels uit bergen bestaat, hoofdzakelijk het Tian Shan gebergte. Men zegt wel eens dat één van de eerste woorden die Kirgizische kinderen leren na mama (apa), papa (ata) en nan, ook bergen (too) en ak (paard) zijn. |
![]() |
|
Het Tian Shan of ‘hemels’ gebergte strekt zich uit over 1500 km, vanaf Kazachstan tot diep in China. Het bestaat uit verschillende ketens, waarvan de belangrijkste de ‘centrale Tian Shan’ is. In het Noorden heb je de Kyrgys Alatau, en de Kungei Alatua, in het Oosten de Tersky Alatau en de Kakhshaal Tau en in het westen de Ferganaketen, waar de Tian Shan en de Pamir samenlopen. In het Zuiden ligt een keten van de Pamir, de Alai. Het hoogste punt, de Pik Pobieda -ook wel de Leninpiek genoemd- is 7439 m hoog en daarmee één van de toegankelijkste bergen van deze hoogte om te beklimmen. Deze bergen zorgen ervoor dat Kirgizië en Tajikistan, in tegenstelling tot hun buurlanden, over een grote reserve water beschikken.
Legende van Jety Oguz en de zeven ossen: Op een bepaald moment waren de inwoners van het gebied zeven ossen kwijt. Ze zochten lang en dachten uiteindelijk dat ze waren opgegeten door wolven. Vele jaren later kwamen de ossen uit de rotsen en veranderden ze in steen. Sindsdien wordt het gebied als heilig gezien. De bewoners geloofden ook dat het gras speciaal was en dat het de kracht had de vacht van de grazende schapen tot goud op te toveren. Het gebied is ook rijk aan warm water bronnen, vandaar de vele kuuroorden op de plaats. |

