Geschiedenis

Van Siberië naar Centraal Azië

De Kirgiezen zijn oorspronkelijk een Turkse nomadische stam, afkomstig uit de Yenisey vallei, in Centraal Siberië. Bronnen uit de 7de tot 12de eeuw beschrijven hen als blond tot rosharig, met groene of blauwe ogen, wat een Indo-Europese afkomst doet vermoeden.
Tijdens de 3de en 4de eeuw AD, voerden de Kirgiezen verschillende aanvallen uit op Chinees grondgebied en maakten aldus deel uit van de door China omschreven "barbaren" die de aanleiding vormden tot het bouwen van de Chinese muur.
De eerste Kirgizische "staat", het Kirgizische Khanaat, hield stand van de 6de tot de 13de eeuw, maar was er geen van grote rust. In de 9de eeuw trokken de Kirgiezen door Mongolië om het Oeigoerse Khanaat te vernietigen. Doch, tijdens de 10de eeuw werden ze zèlf steeds verder naar het Westen gedwongen door het Khikand Khanaat, om uiteindelijk op hun huidige plaats in de Tien Shan terecht te komen.

 

Jenghiz Khan, Tamerlane en Babur

In de 13de eeuw, kregen ook de Kirgiezen te maken met het Mongoolse Rijk. In het jaar 1219 voerde Jenghiz Khan en zijn troepen verschillende aanvallen uit op Centraal Azië. In twee jaar tijd veroverde hij alle belangrijke vestigingen.
Toen het Mongoolse rijk een 100-tal jaar later desintegreerde, werd het vacuum opgevuld door een volgende heerser, Timurlenk. Timurlenk, ook wel Timur "de lamme" of Timur "de kreupele" genoemd, hield er dezelfde verwoestende technieken op na als zijn voorganger. Hij en zijn opvolgers de Timuriden, maakten de macht uit van 1380 tot het begin van de 16de eeuw.
Babur, geboren in Andizjan (Oezbekistan), was een achter- achter- achter achterkleinkind van Timurlenk. Hij regeerde een tijdje vanuit Osh. Hij werd in 1526 door de Oezbeken verdreven uit zijn geboortegebied en stichtte het Moghulrijk in Indië.

 

De Khanaten van Khokand, Khiva en Bukhara

De Khanaten van Kokand, Khiva en Bukhara ontstonden in het begin van de 18de eeuw. De Khans regeerden vanuit het huidige Oezbekistan over grote delen van Centraal Azië. In het begin van de 19de eeuw was ook bijna gans het grondgbied van Kirgizië onder het bewind van de Khan van Kokand. Om de caravaanroutes te beschermen en te blijven controleren, bouwde het Kokand Khanaat een reeks versterkingen. Eén daarvan was Pishpek, de huidige hoofdstad van Kirgizië. De macht van het Khanaat van Khokand werd omvergeworpen in 1877.
De Russen waren reeds in Centraal Azië.

 

Kozakken en Tsaren

De eerste Russen die de regio kwamen bewonen waren de Kozakken, gesteund door de Tsaren. Dit was in de jaren 1860 en ze gingen al snel de uitdaging aan met het in verval zijnde Khanaat van Kokand. De versterking in Pishpek werd al in 1870 voor een eerste maal aangevallen en hield slechts 7 dagen stand. De Russen zouden deze kans echter onbenut laten en pas na de val van Tashkent in 1875 de macht definitief overnemen.
In 1877 werd het Kirgizische gebied ingelijfd. Voor de Kirgiezen werd al snel duidelijk dat er voor hen geen verbetering ten opzichte van het bestuur van het Khanaat in zat. De Kozakken eisten alle voorrechten en de vruchtbaarste stukken land op.
De Eerste Wereldoorlog verzwakte de macht van de Tsaren in Centraal Azië. 1916 werd dan ook een jaar van grote rebellie in deze streken. Na Oezbekistan bereikte deze revolte ook Kirgizië. Naar schatting stierven in de periode 1916-1917 ongeveer anderhalf miljoen Centraal Aziaten in de opstand. Bijna de helft van de Kirgiezen in het noorden van het land ondergingen hetzelfde lot en vele overlevenden vluchtten naar China.

 

De Sovjets

Op Nieuwjaarsdag van 1918 grepen de Bolsjewieken de macht in Pishpek. Na wat kleine onrusten werd de sovjetmacht in de regio geconsolideerd. In 1922 werd het grondgebied van Kirgizië deel van de Turkestan Autonomous Soviet Socialist Republic. Enkele jaren later (1824) werd er een onderscheid gemaakt tussen de Kirgiezen (Kara-Kyrgyz) en de Kozakken (Kyrgyz). Het onderscheid ging in feite meer over nomaden uit de steppe en de nomaden uit de bergen (zwarte Kirgiezen) dan over etniciteit. In 1925 kreeg het dan zijn naam die het zou dragen tot in de jaren '30 : Kyrgyz ASSR. Op 5 december 1936 werd Kirgizië een volle republiek van de Sovjetunie, de Kirgizische Socialistische Sovjet Republiek, welke ongewijzigd bleef tot aan de onafhankelijkheid. In de jaren 1928-1932 werd de collectivisatie doorgevoerd.  Dit wil zeggen dat de landbouwgronden gecollectiviseerd en collectieve boerderijen ogericht werden.
Voor de (semi-)nomadische Kirgiezen betekende dit een dramatische hervorming tot een sedentair bestaan. Vaak kwamen ze dan ook nog eens onder een etnisch Russische werkleider te staan, wat sommigen richting China deed vluchten.
Tijdens de jaren '30 had ook dit deel van de Sovjetunie te kampen met hevige repressie, waarvan de 'slachting bij Chong-Tash' getuigt.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vele soldaten uit Centraal Azië aangevoerd om aan het front te vechten tegen de Nazi's. Sommigen verkozen echter te muiten en sloten zich aan bij de Duitse zijde, onder de naam 'Turkestan Legion'. Het isolement was een garantie tegen 'Europese pottenkijkers' en maakte dan ook tijdens de oorlog van Kirgizië dè plek bij uitstek voor wapenfabrieken en voor het onderbrengen van gevangenen. Ook vele acteurs en mensen in de filmindustrie trokken erheen om van daaruit aan de propagandamachine te werken.  
Na WO II werd Kirgizië verder geïndustrialiseerd en kende in de jaren '70-'80 zijn "gouden periode". Volledige werkgelegenheid en volle winkels kenmerken deze jaren. In deze periode werden ook veel infrastructuurwerken en monumentale bouwerken ondernomen. In 1990 was Kirgizië nog niet klaar voor de onafhankelijkheid. Etnische spanningen tussen de Kirgiezen en de Oezbeken, in het zuiden van het land en een onbereidwilligheid ten opzichte van het doorvoeren van de glasnost beheersten het politiek leven.

 

De onafhankelijkheid

In oktober 1990 werd Akaev verkozen door het parlement tot de nieuw gecreëerde post van President. Men bouwde nieuwe overheidsstructuren uit en Frunze kreeg zijn oude naam -Bishkek- terug. Het land noemde nu officieel Kirgizië. Na een mislukte coup tegen Akaev werd, op 31 augustus 1991, de onafhankelijkheid van Kirgizië afgekondigd. Akaev werd twee maanden later, met 95% van de stemmen, tot President verkozen. De communistische partij werd ontbonden en Kirgizisch werd de officiële taal.

 

Voor recentere gebeurtenissen, neem een kijkje in onze nieuwssectie.